Alle Storys
Folgen
Keine Story von Europäischer Rechnungshof - European Court of Auditors mehr verpassen.

Europäischer Rechnungshof - European Court of Auditors

Westelijke Balkan mist tempo bij aansluiting op Europees vervoersnetwerk

Westelijke Balkan mist tempo bij aansluiting op Europees vervoersnetwerk
  • Bild-Infos
  • Download

Persbericht

Luxemburg, 9 juni 2026

Westelijke Balkan mist tempo bij aansluiting op Europees vervoersnetwerk

  • Landen van de Westelijke Balkan hebben zich ertoe verbonden het Europese kernnetwerk voor vervoer uiterlijk in 2030 te voltooien
  • De Europese Commissie heeft meer dan 500 miljoen euro uitgetrokken voor vervoersprojecten in deze regio
  • Volgens EU-auditors kampen projecten echter met vertragingen, gebrekkige monitoring en duurzaamheidsproblemen

De landen van de Westelijke Balkan dreigen de termijn van 2030 voor de voltooiing van het Europese kernnetwerk voor vervoer niet te halen. Vertragingen bij de uitvoering en operationele problemen zetten de geplande uitbreiding van het netwerk in de regio onder druk. Dat blijkt uit een nieuw verslag van de Europese Rekenkamer (ERK). De voortgang wordt vertraagd door ondoordachte projectselectie en tekortkomingen in het toezicht. Hoewel de gecontroleerde projecten aansloten op de prioriteiten voor betere verbinding, schieten de monitoring, verslaglegging en zichtbaarheid van de EU-steun tekort. Ook zijn er nog steeds vertragingen en problemen met de duurzaamheid.

De Westelijke Balkanlanden — Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo*, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië — spelen een centrale rol in het uitbreidingsbeleid van de EU. Daarom steunt de EU onder meer hun vervoers- en energiesectoren via het Investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF), een platform voor de voorbereiding, selectie en financiering van grote investeringsprojecten. Van 2015 tot halverwege 2025 gaf de Commissie als belangrijkste WBIF-donor 527 miljoen euro uit aan vervoersprojecten. Met dit geld moest de achterstand in de ontwikkeling van de infrastructuur in de Westelijke Balkan worden weggewerkt en de regio worden aangesloten op het Europese kernnetwerk voor vervoer.

Goed ontwikkelde infrastructuur is een belangrijke stap voor de EU-toetreding van de landen van de Westelijke Balkan. Maar de vervoersprojecten in de regio vorderen te traag om de Westelijke Balkan nog dit decennium met de EU te kunnen verbinden,” zegt Laima Andrikienė, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor het verslag. “De Commissie moet de selectie, monitoring en duurzaamheid van de projecten verbeteren. Ook moet duidelijker zichtbaar worden welke projecten met EU-geld worden gefinancierd.”

De auditors hebben tekortkomingen geconstateerd bij de selectie van projecten, met name met betrekking tot de rijpheid ervan. Dit heeft volgens hen geleid tot aanzienlijke vertragingen bij de uitvoering. Een project is rijp — d.w.z. gereed voor uitvoering — wanneer de voorbereidende werkzaamheden voltooid en actueel zijn. Projecten gingen doorgaans echter met een vertraging van 17 maanden van start. Daarnaast liepen veel projecten tijdens de uitvoering vertragingen van meer dan twee jaar op.

De Commissie heeft weinig bevoegdheden om een tijdige uitvoering af te dwingen. Het ontbreekt haar aan effectieve procedures om vertragingen te monitoren en de duurzaamheid en zichtbaarheid van EU-steun te waarborgen. Zo verzamelde de Commissie geen informatie over hoe ver de door haar gefinancierde corridors gevorderd waren, noch over de vraag of vervoersnetwerken al dan niet aan de EU-normen voldeden. Ze vertrouwde op financiële instellingen om toezicht te houden op de projecten, ook al bleek hun werk soms tekort te schieten. Daardoor heeft de Commissie in bepaalde gevallen meer geld vrijgemaakt dan gerechtvaardigd was op basis van de voortgang van de projecten. Bovendien waren de WBIF-subsidies — die voor Europese meerwaarde en een hefboomeffect moeten zorgen — in veel gevallen niet per se nodig voor het aantrekken van middelen. De leningsovereenkomsten waren namelijk al ondertekend voordat de subsidieaanvragen werden ingediend. Dit leidde tot een buitenkanseffect, aangezien de investering ook zonder de subsidie zou zijn doorgegaan. Tegelijkertijd zijn de meeste kostenramingen in de subsidieaanvragen onvoldoende onderbouwd, waardoor het moeilijk is de redelijkheid ervan te beoordelen.

De auditors zetten ook vraagtekens bij de duurzaamheid van verschillende projecten. Zo ontbreekt het soms aan geld om investeringen voort te zetten of om de infrastructuur te onderhouden. Bij één spoorwegproject was de staat van het spoor ten tijde van de controle slechter dan vóór de start van het project. Bij een ander project was een tunnel niet aangesloten op een weg. En in een derde geval hield een spoorlijn op bij de grens.

Concluderend kan worden gesteld dat de WBIF bijdraagt aan de uitbreiding van het Europese kernnetwerk voor vervoer. Dankzij het fonds zijn talrijke projecten van start gegaan en de door de auditors gecontroleerde projecten sluiten aan bij de connectiviteitsprioriteiten van de Westelijke Balkan en de EU. Uit de gegevens blijkt echter dat het tempo te laag ligt om tegen 2030 aan alle normen van het Europese kernnetwerk te voldoen.

Achtergrond

Het WBIF dient als een forum voor de uitwisseling van analyses van investeringsbehoeften en als een blendingmechanisme waarbij met EU-subsidies gemakkelijker leningen kunnen worden aangetrokken. De specifieke doelstelling ervan in de vervoerssector is het verbeteren van de connectiviteit binnen de regio en tussen de Westelijke Balkan en de EU. De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en de Europese Investeringsbank (EIB) beheren de bijdragen van donoren via een gemeenschappelijk fonds. De Commissie heeft het grootste deel van de financiering geleverd. Sinds 2015 werd 899 miljoen euro, ofwel 86 % van het totaal, in het fonds gestort voor zes sectoren (waaronder vervoer). De auditors hebben twaalf projecten op het gebied van vervoer (weg, spoor en binnenwateren) ter waarde van 341,6 miljoen euro onder de loep genomen. Zij gingen daarbij na of deze tastbare resultaten hebben opgeleverd in Bosnië en Herzegovina, Kosovo*, Noord-Macedonië en Servië.

Speciaal verslag 16/2026, “Investeringskader voor de Westelijke Balkan: EU-steun voorziet in connectiviteitsbehoeften, maar de integratie in het kernnetwerk voor vervoer verloopt traag” is beschikbaar op de website van de ERK, samen met een één pagina lang overzicht van de belangrijkste feiten en bevindingen. Op 30 juni houdt de ERK een conferentie over dit onderwerp met de EU-instellingen en belanghebbenden.

* De benaming “Kosovo” laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Contact:

ECA press office: press@eca.europa.eu

Weitere Storys: Europäischer Rechnungshof - European Court of Auditors
Weitere Storys: Europäischer Rechnungshof - European Court of Auditors