Europäischer Rechnungshof - European Court of Auditors
Fraude met het coronaherstelfonds van de EU ter waarde van 650 miljoen euro: bescherming laat te wensen over
Persbericht
Luxemburg, 11 februari 2026
Fraude met het coronaherstelfonds van de EU ter waarde van 650 miljoen euro: bescherming laat te wensen over
- Hoewel het EU-fraudebestrijdingskader voor financiering van het pandemieherstel is verbeterd, blijven er enkele structurele tekortkomingen bestaan
- Gegevens over gevallen van vermoedelijke fraude zijn onvolledig
- EU-begroting onvoldoende beschermd en mogelijk geen terugvordering van frauduleus uitgegeven geld
De Europese Rekenkamer (ERK) geeft in een nieuw verslag aan dat het EU-coronaherstelfonds (herstel- en veerkrachtfaciliteit ofwel RRF) ter waarde van 650 miljard euro nog steeds meerdere tekortkomingen vertoont qua opsporing, melding en correctie van fraude. Bovendien moeten EU-landen het geld terugvorderen dat eindontvangers frauduleus hebben besteed, maar hoeven zij dit niet terug te storten in de EU-begroting. Zodoende worden de EU-financiën niet optimaal beschermd.
De RRF werd in februari 2021 opgericht als een eenmalig tijdelijk programma om de EU-landen te ondersteunen bij het herstel van de gevolgen van de coronapandemie en bij de opbouw van veerkrachtige economieën. De Commissie en de lidstaten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de bestrijding van fraude die de financiële belangen van de EU schaadt. Nationale autoriteiten moeten de Commissie garanties bieden over de doeltreffendheid van systemen voor fraudepreventie, -opsporing en -correctie.
“Gezien de omvang van het herstelfonds, het nieuwe financieringsmechanisme en de mogelijke reputatieschade door fraude hadden de EU en haar lidstaten doeltreffender fraudebestrijdingssystemen moeten opzetten”, zegt Katarína Kaszasová, het ERK-lid dat de controle leidde. “De EU blijft kwetsbaar voor RRF-fraude vanwege lacunes in de terugvorderingsregels, onvolledige gegevens over fraude en problemen met de rapportage ervan.”
De auditors stelden vast dat de hoge vereisten van de EU voor de fraudebestrijdingssystemen van de lidstaten, zoals vastgelegd in de RRF-verordening, niet voldoende gedetailleerd waren. De Commissie heeft vervolgens maatregelen genomen om de vereisten door middel van bilaterale financieringsovereenkomsten aan te scherpen. Toch waren de vereisten toen nog steeds niet duidelijk genoeg wat betreft de aard van de nationale fraudebestrijdingscontroles. Haar controles van de nationale systemen kunnen wel bijdragen tot verbeteringen, maar wat de RRF betreft liet haar controle te wensen over. Zo heeft zij niet de verantwoordelijkheden van alle nationale RRF-autoriteiten volledig onder de loep genomen. Bovendien heeft de Commissie in tien landen haar controles pas na de eerste ronde uitbetalingen afgerond, terwijl ze destijds nog onvoldoende bewijs had dat de nationale fraudebestrijdingssystemen doeltreffend functioneerden.
De EU-landen hebben weliswaar maatregelen genomen om RRF-fraude te voorkomen, maar deze liepen vaak vertraging op. De situatie werd nog eens verergerd door tekortkomingen bij de opsporing van fraude. Zo maakten veel landen onvoldoende gebruik van de mogelijkheden van datamining en -analyse, die — naast controles en klokkenluiders — essentieel zijn voor het opsporen van fraude.
De onvolledigheid van de gegevens over RRF-fraude maakt het voor de Commissie moeilijk om haar eigen fraudebestrijdingsmaatregelen (bv. corrigerende maatregelen) goed af te stemmen en de activiteiten van de EU-landen te monitoren. Er zijn geen standaardregels voor het melden aan de Commissie van gevallen van vermoedelijke fraude die van invloed kunnen zijn op de EU-financiën. Bijgevolg hanteren de lidstaten verschillende criteria om te bepalen wat dit soort fraude inhoudt, waardoor ze niet allemaal op dezelfde manier rapporteren. Hierdoor kan de omvang van de RRF-fraude niet nauwkeurig worden bepaald.
Anders dan andere EU-programma’s zijn EU-landen niet verplicht om van fraudeurs teruggevorderde bedragen in de EU-begroting terug te storten. De enige uitzondering hierop is wanneer de Commissie hun terugvorderingen ontoereikend acht en daarom zelf een terugvordering instelt. De Commissie zal dit echter mogelijk niet langer kunnen doen nadat de RRF is afgelopen, later dit jaar. Dan wordt namelijk het huidige mechanisme voor de rapportage door EU-landen over RRF-fraude en terugvorderingen stopgezet. Dit is zorgwekkend, aangezien de grootste investeringen in EU-landen gepland zijn in de laatste maanden van de RRF. Dit betekent dat de meeste fraudecorrecties pas na die datum kunnen worden doorgevoerd.
Achtergrondinformatie
Fraude die de financiële belangen van de EU schaadt, wordt gedefinieerd als elke opzettelijke handeling die leidt tot het wederrechtelijk ontvangen of achterhouden van middelen uit de EU-begroting of uit begrotingen die namens de EU worden beheerd. Nationale autoriteiten en burgers beschikken over meerdere kanalen om RRF-fraude te melden, waaronder de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM). In zijn Jaarverslag 2024, dat in maart 2025 werd gepubliceerd, meldde het EOM dat het sinds de start van de RRF 307 gevallen van RRF-fraude had onderzocht. In juli 2025 heeft de Commissie een witboek gepubliceerd waarin zij de herziening van de fraudebestrijdingsarchitectuur van de EU aankondigt.
De auditors controleerden de doeltreffendheid van de fraudebestrijdingssystemen van de RRF bij de Commissie en in vier landen: Denemarken, Spanje, Italië en Roemenië. Zij doen verschillende aanbevelingen aan de Commissie, die relevant zijn voor de RRF en voor toekomstige soortgelijke programma’s waarbij betalingen niet gekoppeld zijn aan werkelijke kosten. Zij dringen er bij de Commissie op aan om haar controles van de nationale RRF-fraudebestrijdingssystemen verder te versterken en de melding van vermoedelijke RRF-fraude te verbeteren. Ook dringen zij erop aan om het effect van corrigerende maatregelen te vergroten en minimumvereisten voor fraudebestrijding voor EU-landen in toekomstige RRF-programma’s vast te stellen.
Speciaal verslag 06/2026: “Fraudebestrijding in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit: werk in uitvoering” is beschikbaar op de website van de ERK, samen met een één pagina lang overzicht van de belangrijkste feiten en bevindingen.
Perscontact
Persdienst van de ERK: press@eca.europa.eu
Damijan Fišer: (+352) 621 552 224